Thema
Leren
Tellen, woorden oefenen en samen onthouden.
Altijd is Kortjakje ziek
Altijd is Kortjakje ziek
Amsterdam, die grote stad
Amsterdam, die grote stad,
Ben je boos
Ben je boos?
Berend Botje
Berend Botje ging uit varen
Bim, bam, beieren
Bim, bam, beieren -
Daar buiten, daar buiten
Daar buiten, daar buiten,
Daar hangt een spinnekop aan 't net
Daar hangt een spinnekop aan 't net,
Daar was eens een mannetje, dat was niet wijs
Daar was eens een mannetje, dat was niet wijs;
Daar was laatst een meisje loos
Daar was laatst een meisje loos
De boterham
Zoet smaakt de boterham,
De zevensprong
Heb je wel gehoord van de zeven, de zeven
De zomervreugd is henen
De zomervreugd is henen,
Dertig dagen heeft November
Dertig dagen heeft November,
Dit is de sleutel van de Muiderpoort
Dit is de sleutel van de Muiderpoort;
Droomen-Leeren
Wat ik zoo geerne doe
Eén, twee, kopje thee
Een, twee,
En 's avonds als ik slapen ga
En 's avonds als ik slapen ga,
En toen
En toen de moeder tot hem sprak:
Groen, groen grasje
Groen, groen grasje,
Hansje knipperdolletje
Hansje knipperdolletje
Hier is de sleutel van den Bibelebontschen berg
Hier is de sleutel van den Bibelebontschen berg. -
Hoed u wel, schoon bloemelijn
Daar gaat een maaier naar de wei,
Hoedje van papier
Een, twee, drie, vier, een hoedje van papier
Ik heb een potje gekocht
Ik heb een potje gekocht.
Ik heb gereisd
Ja, luistert, jongens, 'k heb gereisd
In Den Haag, daar woont een graaf
In Den Haag, daar woont een graaf
In Holland staat een huis
In Holland staat een huis, ja huis
Jantje zag eens pruimen hangen
Jantje zag eens pruimen hangen,
Kaatje, ben je boven
Kaatje, ben je boven? -
Klaas Vaak die komt
Klaas Vaak die komt,
Klaas was lest naar 't bosch gegaan
Klaas was lest naar 't bosch gegaan
Klompertje en zijn wijfje
Klompertje en zijn wijfje
Klop, klop, hamertje
Klop, klop, hamertje!
Kluwentje, kluwentje garen
Kluwentje, kluwentje garen,
Koene kranen
Koene kranen,
Krullebolletje ging eens wandelen
Krullebolletje ging eens wandelen
Leeren
Ha! ha! ha en ha! wanneer de school begint,
Lustig, vrienden, opgelet
Lustig, vrienden, opgelet!
Maart roert zijn staart
Maart
Madeliefje
Uit het gras steekt madeliefje
Mietje ging eens water halen
Mietje ging eens water halen,
Mijn vader zou laatst eens een kistje beslaan
Mijn vader zou laatst eens een kistje beslaan;
O oven, o oven
O oven, o oven!
Och, Jantje, wil niet huilen
Och, Jantje, wil niet huilen:
Op de groene weiden
Op de groene weiden,
Poesje mauw
Poesje mauw, poesje mauw
Schuitje varen, theetje drinken
Schuitje varen, theetje drinken
Suja, poppedeine
Suja, poppedeine,
Suja, suja, kindje
Suja, suja, kindje!
Tiere liere let let let
Tiere liere let let let,
Toen onze Mop een mopje was
Toen onze Mop een mopje was
Torentje, torentje, bussekruit
Torentje, torentje, bussekruit!
Twee kindertjes bij mekaar
Twee kindertjes bij mekaar:
Twee violen en een trommel en een fluit
Twee violen en een
Vader Jacob
Vader Jacob, Vader Jacob,
Vroolijk en rein
Ben ik maar klein,
Waarom niet lustig van gemoed
Waarom niet lustig van gemoed?
Wat hebben wij ganzen voor kleding aan
Wat hebben wij ganzen voor kleding aan?
Welk plezier
Alle jongens zijn reeds hier,
Wip, wip, wip, visje
Wip, wip, wip, wip, wip, wip, visje,
Zagen, zagen, wiedewiedewagen
Zagen, zagen, wiedewiedewagen