Kinderliedje · 6–12 jaar
Op de grote, stille heide
Verbergt het menu, de afbeelding en extra informatie.

Op de grote, stille heide,
dwaalt een herder eenzaam rond.
Wijl de witgewolde kudde
trouw bewaakt wordt door de hond.
En al dwalend ginds en her,
denkt de herder: Och, hoe ver,
hoe ver is mijn heide?
Hoe ver is mijn heide?
Mijn heide…
Op de grote, stille heide,
bloeien bloempjes lief en teer.
Pralend in de zonnestralen,
als een bloemhof heid en veer.
En, tevree met karig loon,
roept de herder: O, hoe schoon,
hoe schoon is mijn heide?
Hoe schoon is mijn heide?
Mijn heide…
Op de grote, stille heide,
rust het al bij maneschijn.
Als de schaapjes en de bloemen
vredig ingesluimerd zijn.
En, terugziend op zijn pad,
juicht de herder: Welk een schat,
hoe rijk is mijn heide?
Hoe rijk is mijn heide?
Mijn heide…
Bewegen bij dit lied
- Zing in een kring en laat één kind de inzet aangeven.
- Klap of tik een eenvoudig vast ritme mee.
Over deze variant
- De volledige, concrete bronvariant is gevolgd; andere mondelinge coupletten zijn niet zonder bewijs toegevoegd.
Gecontroleerd op 6-8-2026
Bron en rechten
Deze tekst is als volledige historische of traditionele bronvariant gecontroleerd. Er is geen moderne opname, vertaling of arrangement overgenomen.
- Tekst
- Pieter Louwerse (1840–1908)
- Melodie
- Johannes Worp (1821–1891)
- Status
- Geverifieerd publiek domein
- Wikisource: volledige publiek-domeintekst van De herder
- Nederlandse Liederenbank: tekst- en melodievarianten op beginregel
Zie je een fout? Mail correcties@kinderliedjesteksten.nl.
Ook leuk