Kinderliedje · 4–10 jaar
Kent gij
Verbergt het menu, de afbeelding en extra informatie.

Kent gij der musschen mollig nest,
Waarin de naakte jongskens slapen,
Of naar het voedsel gulzig gapen,
En luidkeels tjirpen om ter best,
Tot dat ze worden vlug en groot?
Wat is hun nestje zacht en malsch!
Doch zachter is de moederschoot,
Wanneer ge hangt aan haren hals.
Hoort gij het lied van ’t bieken niet,
Dat sluipt en kruipt in frissche bloemen
En honing zamelt, meer te roemen
Dan ’t aremzalig brommend lied?
Is honingzeem zoo smaaklijk goed,
En stilt hij streelend uwen dorst;
Doch zoeter dan het zoetste zoet
Is moeders liefderijke borst.
Daar speelt de warme zonneschijn
Des morgens door den dauw der rozen,
Zaagt ge ooit de stralen frisscher blozen
Dan in die droppels wonderfijn?
Doch zie, er is een schooner licht,
Waardoor de liefde u teêr bespiedt;
Het straalt uit moeders aangezicht
Wanneer ze, zoontjen, u beziet.
Bewegen bij dit lied
- Zing rustig en maak de laatste regels steeds zachter.
- Wieg met het bovenlichaam langzaam mee.
Over deze variant
- De volledige tekstvariant uit 1879 is gevolgd; historische Vlaamse spelling en woordkeus zijn behouden waar modernisering het ritme of de betekenis kon veranderen.
Gecontroleerd op 6-8-2026
Bron en rechten
Deze volledige kinderliedtekst komt uit de auteursrechtvrije bundel van Emanuel Hiel uit 1879. De editie verwijst voor zangwijzen naar historische liedverzamelingen; er wordt hier geen moderne melodie geclaimd.
- Tekst
- Emanuel Hiel (1834–1899)
- Melodie
- Geen vaste melodie in deze teksteditie; historische zangwijzen staan in het bronregister
- Status
- Geverifieerd publiek domein
- Tekst: Hiel, Liederen voor groote en kleine kinderen (1879), lied 39
- Tekst- en melodievarianten zoeken in de Nederlandse Liederenbank
Zie je een fout? Mail correcties@kinderliedjesteksten.nl.
Ook leuk