Kinderliedje · 4–10 jaar
Het Huis
Verbergt het menu, de afbeelding en extra informatie.

Ziet, kindren, ziet dit somber huis,
Met groenend mos op ’t dak,
De muren brokklen stil in gruis
Ze zijn gescheurd en wak.
Wanneer de lieve zonne schijnt,
De storm niet huilend woedt,
De regen ’t huis niet ondermijnt.
Dan blijkt het nogal goed.
Doch grolt de donder, loeit de wind,
Dan blijft het niet verschoond;
Hoe kreunt de muur, hoe kraakt ’t gebind,
Wee hem! die ’t huis bewoont.
Dan vlucht het al, wat vluchten kan,
Het wankelt heen en weer;
En zelf de stoutste kloekste man
Roept: wee! het kantelt neer.
Dat huis, het was eens sterk en schoon,
Zeer kloek en flink gebouwd,
Der gulste menschen gulle woon
Door zorg en onderhoud.
De zorg verviel, het huis verviel;
Verlaten staat het daar….
Een lichaam zonder kracht en ziel
Dat beeft bij ’t minst gevaar.
Bewegen bij dit lied
- Beeld het dier uit zonder de zang te overstemmen.
- Laat kinderen om de beurt een regel voorzingen.
Over deze variant
- De volledige tekstvariant uit 1879 is gevolgd; historische Vlaamse spelling en woordkeus zijn behouden waar modernisering het ritme of de betekenis kon veranderen.
Gecontroleerd op 6-8-2026
Bron en rechten
Deze volledige kinderliedtekst komt uit de auteursrechtvrije bundel van Emanuel Hiel uit 1879. De editie verwijst voor zangwijzen naar historische liedverzamelingen; er wordt hier geen moderne melodie geclaimd.
- Tekst
- Emanuel Hiel (1834–1899)
- Melodie
- Geen vaste melodie in deze teksteditie; historische zangwijzen staan in het bronregister
- Status
- Geverifieerd publiek domein
- Tekst: Hiel, Liederen voor groote en kleine kinderen (1879), lied 70
- Tekst- en melodievarianten zoeken in de Nederlandse Liederenbank
Zie je een fout? Mail correcties@kinderliedjesteksten.nl.
Ook leuk