Kinderliedje · 4–10 jaar
De Zee
Verbergt het menu, de afbeelding en extra informatie.

Ik sta nu voor de zee, met hare felle baren;
Ze rolt… ze zingt een grootsch gezang!
Daar drijven schepen op, die na en nader varen,
Daar klinkt reeds hoog matrozendank.
Ze zien het vaderland met zijne grijze duinen,
Hen wachten vrienden op de kust…
Ze mogen hunne vreugd langsheen het strand bazuinen,
Elkander wederzien, o lust!
Wel is het scheiden wreed, de zee is vast te duchten,
Wanneer de storm op ’t water spookt;
Wanneer het wrakke schip niet weet waarheen te vluchten
Door wind en golven woest bestookt.
Maar God, ’k heb kracht in ’t bloed… kom vader, laat mij varen,
’k Heb moed in ’t hert… daar wenkt de zee!
Wat moet het heerlijk zijn te zwerven op de baren…
Kom, vader, geef den zegen meê!
Bewegen bij dit lied
- Zing elke strofe eerst voor en daarna samen.
- Klap een rustig, gelijkmatig ritme mee.
Over deze variant
- De volledige tekstvariant uit 1879 is gevolgd; historische Vlaamse spelling en woordkeus zijn behouden waar modernisering het ritme of de betekenis kon veranderen.
Gecontroleerd op 6-8-2026
Bron en rechten
Deze volledige kinderliedtekst komt uit de auteursrechtvrije bundel van Emanuel Hiel uit 1879. De editie verwijst voor zangwijzen naar historische liedverzamelingen; er wordt hier geen moderne melodie geclaimd.
- Tekst
- Emanuel Hiel (1834–1899)
- Melodie
- Geen vaste melodie in deze teksteditie; historische zangwijzen staan in het bronregister
- Status
- Geverifieerd publiek domein
- Tekst: Hiel, Liederen voor groote en kleine kinderen (1879), lied 117
- Tekst- en melodievarianten zoeken in de Nederlandse Liederenbank
Zie je een fout? Mail correcties@kinderliedjesteksten.nl.
Ook leuk