Kinderliedje · 4–10 jaar
Daar zit het vroolijk zoet Mieken
Verbergt het menu, de afbeelding en extra informatie.

Daar zit het vroolijk zoet Mieken
Op ’t dorpelken van ’t huis;
Ze fluistert een liefelijk lieken,
Maar maakt toch niet veel gedruisch.
Hee, ik wil het liedeken hooren,
En ik leg mij stil op den grond,
’k Zou niet geerne zoet Mieken storen,
Want ze zweeg dan en sloot den mond.
Ze zingt: ik kan ik reeds breien,
Reeds voederen ons schaap;
Is broederken lief aan het schreien,
Ik wieg hem zachtjes in slaap.
Ik kan nog nietwasschen en koken,
Dat is mij te moeielijk, te zwaar…
’k Heb lest nog een potje gebroken;
Moederlief was spoedig daar.
Dan is ze lastig geworden;
Ik kon er niet aan doen…
Maar toen ze mij wilde beknorren,
Gaf ik haar spoedig ’nen zoen.
Hij, die wil tevreden steeds leven,
Doe gelijk ik hebbe gedaan…
- Ja, gij hebt mij een lesje gegeven,
Mieken, ’k zal nu henen gaan.
Bewegen bij dit lied
- Zing rustig en maak de laatste regels steeds zachter.
- Wieg met het bovenlichaam langzaam mee.
Over deze variant
- De volledige tekstvariant uit 1879 is gevolgd; historische Vlaamse spelling en woordkeus zijn behouden waar modernisering het ritme of de betekenis kon veranderen.
Gecontroleerd op 6-8-2026
Bron en rechten
Deze volledige kinderliedtekst komt uit de auteursrechtvrije bundel van Emanuel Hiel uit 1879. De editie verwijst voor zangwijzen naar historische liedverzamelingen; er wordt hier geen moderne melodie geclaimd.
- Tekst
- Emanuel Hiel (1834–1899)
- Melodie
- Geen vaste melodie in deze teksteditie; historische zangwijzen staan in het bronregister
- Status
- Geverifieerd publiek domein
- Tekst: Hiel, Liederen voor groote en kleine kinderen (1879), lied 80
- Tekst- en melodievarianten zoeken in de Nederlandse Liederenbank
Zie je een fout? Mail correcties@kinderliedjesteksten.nl.
Ook leuk